Virtual Reality bij Aardrijkskunde

Juist de immersieve eigenschap van VR maakt het gebruik van VR-technieken uitermate geschikt voor het vak aardrijkskunde. Een van de meeste basale vaardigheden van aardrijkskunde leraren is namelijk het concretiseren en expliciteren van leerstofonderdelen door voorbeelden te geven, concepten te verhelderen en informatie te laten zien. Volgens van den Berg (2009) zijn er vijf basiswerkvormen om te concretiseren namelijk: visualiseren, personaliseren, actualiseren, kwantificeren en simuleren. Daar waar het nog niet duidelijk is wat de leerresultaten zijn van het inzetten van VR, is de mogelijkheid van VR om leerstofelementen te concretiseren een stuk duidelijker. Zo kun je ten eerste denken aan het visualiseren van leerstofelementen door beelden te tonen van verschijnselen en begrippen zodat deze voorstelbaar worden voor leerlingen. Kun je ervoor zorgen dat leerlingen zich in kunnen leven in een bepaalde situatie, gebeurtenis, tijd of land door te personaliseren. Is het mogelijk om te actualiseren door gebieden of verschijnselen te bezoeken of zichtbaar te maken wanneer deze in het nieuws zijn. En is het ten slotte mogelijk om door middel van simuleren de werkelijkheid in eenvoudigere vorm na te bootsen met behulp van rollenspellen, simulatiespellen of games. Vanuit deze gedachte kan het inzetten van VR bij aardrijkskunde een extra middel zijn voor docenten om aardrijkskunde te laten leven.

VR kan niet alleen helpen bij het overbrengen van leerstofonderdelen, het maakt het ook mogelijk om op virtueel veldwerk te gaan. Veldwerk is een belangrijk onderdeel binnen het vak aardrijkskunde omdat tijdens veldwerk een illustratief verband kan worden gelegd tussen theorie en praktijk (Bosschaart, 2009). Veldwerk speelt al jaren een bescheiden rol door de grote hoeveelheid tijd, praktische problemen met het rooster en praktische problemen rondom de logistiek die met veldwerk gepaard gaan (Herrick, 2010). Het inzetten van VR-technieken kan enkele van deze problemen wegnemen door het mogelijk te maken om op virtueel veldwerk te gaan. Hierbij is het mogelijk om samen met de klas verre bestemmingen te bezoeken zonder fysiek het klaslokaal te verlaten en wordt het mogelijk om naar plekken te gaan die anders nooit bezocht zouden kunnen worden met een klas. Maar, volgens Walling (2014), zoals geciteerd in Harmsen (2014), kan een virtueel veldwerk nooit op tegen het echte veldwerk, maar kan het wel een waardevolle methode zijn. Spicer & Stratford (2001) en Stainfield, Fisher, Ford & Solem (2010) zijn het hiermee eens en voegen hier nog aan toe dat virtueel veldwerk nooit het echte veldwerk zou mogen vervangen.

 

Literatuur:

Bosschaart, A. (2009) De eigen omgeving en veldwerk. In van den Berg, G., editor, Handboek Vakdidactiek Aardrijkskunde, pp. 233-268. Landelijk Expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken, Amsterdam

Harmsen, S. (2014) Virtueel Veldwerk in het Voorgezet Aardrijkskundeonderwijs. Masterscriptie Geo-Communicatie, Universiteit van Utrecht.

Spicer, J.I., Stratford, J. (2001). Students perceptions of a virtual field trip to replace a real fieldtrip.  Journal of Computer Assisted Learning, 17, pp.345-354.

Stainfield, J., Fisher, P., Ford, B., Solem, M. (2000). International virtual field trips: a new direction? Journal of Geography in Higher Education, 24:2, pp.255-26

Van den Berg, G. (2009). Aardrijkskunde laten leven. In van den Berg, G., editor, Handboek Vakdidactiek Aardrijkskunde, pagina 145–196. Landelijk Expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken, Amsterdam.

Walling, D.R. (2014). Can virtual be as effective as real? In: Walling, D.R., editor, Designing Learning for tablet classrooms: Innovations in Instruction.  pp. 97-102. New York: Springer Nature

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: